Het Waterlands Kamerkoor presenteert....

 Op 10 juni gaat het Waterlands kamerkoor een zeer afwisselend a capella programma ten gehore brengen onder de titel «Duitse contrasten» in De Kapel in Zuidoostbeemster.

Een reis door stijlen en eeuwen heen: van renaissance tot en met muziek van de 20ste eeuw, van religieuze muziek tot volks-, liefdes- en dansliederen.

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847)
Mendelssohn leefde tijdens de overgang van de klassieke naar de romantische tijd. In zijn veelzijdige repertoire neemt geestelijke/sacrale muziek een belangrijke plaats in. De Lofzang van Simeon "Herr, nun lässest du…" en Psalm 100 "Jauchzet dem Herrn" horen bij zijn mooiste koorwerken. Deze werken heeft hij oorspronkelijk voor de Engelse liturgie geschreven en heeft gebruik gemaakt van Bijbelse teksten. De invloed van Bach en de oudere mottetstijl zijn onmiddellijk te herkennen in deze stukken; rustige klankbeelden en expressieve schakeringen wisselen elkaar af. De werken zijn in juni 1847 verschenen. In hetzelfde jaar is onverwacht zijn meest dierbare familielid, zijn zus, overleden en later dat jaar stierf ook Mendelssohn zelf. De tekst in De Lofzang van Simeon lijkt met de kennis van deze gebeurtenis symbolisch: de oude Simeon erkent in een kind de verwachte verlosser. De voorspeling is vervuld: nu pas mag hij sterven, omdat zijn ogen het Beloofde hebben gezien.

Max Reger (1873 – 1916)
De composities van Reger vonden tussen 1894-1896 nog weinig bijval en zijn muziek was als “weinig toegankelijk” ervaren bij het grote publiek. Dit leidde tot een zware morele crisis, zijn gezondheid werd sterk beïnvloed door alcohol en nicotine. Hij keerde terug naar zijn ouderlijk huis om rust te vinden voor het componeren. Zijn muziek werd meer opgewekt en toegankelijker. In deze periode schreef hij veel kamermuziek en liederen. Een bundel ervan was de “Acht ausgewählte Volkslieder”. In deze liederen is te horen dat hij de absolute koning van volksliedjes is. De liedjes zitten vol variaties en snelle wisselingen van akkoorden, elk couplet is verschillend.

Paul Hindemith (1895 – 1963)
De nazi's verklaarden de muziek van Hindemith tot “ontaarde kunst” en verboden hem uitzendingen te maken en op te treden. In 1938 emigreerde de componist samen met zijn vrouw via Zwitserland naar de Verenigde Staten. In Zwitserland ontmoette hij de dichter Reiner Maria Rilke die hem liet kennismaken met zijn werk, waaronder een reeks Franse gedichten. Voor het plaatselijke koor componeerde Hindemith op deze gedichten de “Six Chansons”. Het vloeibaar en zacht geluid van de Franse taal, een pastoraal onderwerp, de verleidende harmonieën die de gevoelige vocale declamaties of mooie melodische lijnen ondersteunen, geven deze cyclus een romantische karakter. In de stukken wisselen zich verschillende afbeeldingen af: de natuur in zijn pracht en schoonheid, de overvloed, dubbelzinnigheid en vergankelijkheid.

Renaissance / Barok periode:

Ludwig Senfl(1486 – 1543)
De muziekstijl van Senfl is beginnend renaissancistisch. Hij heeft hoofdzakelijk meerstemmige liederen gecomponeerd, vaak van een profaan karakter. “Ach Elslein, liebes Elselein” is een liefdeslied, dat een verlangen naar de geliefde vrouw uitdrukt. Veel pijn heeft hij in zijn hart, maar ook enige hoop dat de scheiding van zijn geliefde niet lang zal duren.

Johann Hermann Schein (1586 – 1630)
In de eerste 30 jaar van de zeventiende eeuw werd heel veel kerkmuziek gepubliceerd. Zoals Heinrich Schütz, heeft Schein ook veel geestelijke muziek gecomponeerd. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Schütz, schreef Schein niet slechts sacrale muziek maar ook veel wereldlijke vocale muziek, zelfs op zijn eigen teksten. Hij zocht naar mogelijkheden om in de muziek de taal volledig tot zijn recht te laten komen. Het strenge polyfone contrapunt van de renaissance vermengde hij met de expressieve stijl van de nuove musiche uit Italie. Het zoeken naar een optimale tekstverklaring en naar eerlijke menselijke emoties was belangrijk voor Schein. Hij was een van de weinigen die dat deed in die tijd in Duitsland. Het drinklied “Holla, gut Gsell” uit “Studenten-Schmauß” is een voorbeeld hiervan. Verassende eenvoud, speelsheid en levenslustigheid (levensoptimisme) stralen uit dit bijzondere lied.

Alphons Diepenbrock en Alexander Voormolen
Grote dichters hebben vele componisten geinspireerd tot het schrijven van schitterende muziek. Twee Nederlandse componisten hebben op de tekst van "Über alle Gipfeln ist Ruh” van Johan Wolfgang von Goethe bijzondere miniaturen gecomponeerd. De muziek straalt rust en wijsheid uit. De luisteraar vraagt zich af of de dichter doelt op rust om even te stoppen en te wachten voor de komende morgen om met de volle kracht weer te kunnen beginnen, of is het wachten op de eeuwige rust?

Programma

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
- Herr, nun lässest du deinen Diener in Frieden Fahren» (Nunc dimittis) uit op. 69 nr. 1, 1847

Max Reger (1873-1916)
uit «Acht ausgewählte Volkslieder», 1899
- Ich hab’ die Nacht geträumet
- Mädchen mit den blauen Augen
- Wie kommt’s, dass du so traurig bist
- Rosenstock, Holderblüh

Paul Hindemith (1895-1963)
6 Chansons, 1939
- La biche
- Un Cygne
- Puisque tout passe
- Printemps
- En Hiver
- Verger

Alphons Diepenbrock (1862-1921)
- Wanderers Nachtlied, 1916
Alexander Voormolen (1895-1980)
- Wanderers Nachtlied, 1949

Ludwig Senfl (ca. 1486-1543)
- Ach Elslein, liebes Elselein, 1534
Johan Hermann Schein (1586-1630)
- Holla, gut Gsell uit «Studenten-Schmauß», 1626

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)
- Jauchzet dem Herrn, alle Welt (ps. 100 Jubilate Deo) uit op. 69 nr. 2, 1847

Wij zijn op zoek naar nieuwe leden. Heb je interesse? Lees verder onder "lid worden".

 
 
 

    Waterlands Kamerkoor 18 mei 2014 Hermitage

Waterlands Kamerkoor Hermitage 

  

wkklogo small