Terugblik 2016

Het Waterlands Kamerkoor bestond dit jaar 40 jaar! In november 2015 hebben we ons jubileumjaar geopend met een zeer mooi "Concert of Generations". Wij vervolgden ons jubileum met een Passie-programma op 20 maart 2016 met medewerking van harpiste Merel Naomi. Op 5 november 2016 hebben we ons jubileumjaar afgesloten met o.a. een uitvoering van de Missa Scala Aretina van Francisco Valls. Aan dit concert hebben het orkest "Giardino Musicale"en solisten Niec van der Meulen, Hein Putter en Natasja van der Hout hun medewerking verleend.


Francisco Valls (1665 – 1747)
Valls heeft zijn hele leven in Catalunya gewoond en gewerkt. Hij componeerde en was ook werkzaam als muziek theoreticus. Valls was een productief componist. Zijn composities zijn in archieven over heel Spanje terug te vinden. Hij heeft o.a. tien missen (7- 16 stemmig) 9 magnificatten, motetten, litanieën, oratoria, villancicos en instrumentale muziek geschreven. Valls heeft zich ook verdienstelijk gemaakt met het schrijven van een muziektheoretische verhandeling over harmonie, contrapunt, continuo, nationale stijlen enz. Deze “Mapa Armonica” uit 1741-2 werd na zijn dood gepubliceerd maar circuleerde ook daarvoor al over het Spaanse continent.

Missa “Scala aretina”
Deze compositie is het meest bekende werk van Valls. De naam is afgeleid van de hexachord tonenreeks ut-re-me-fa-sol-la van Guido d’Arezzo. Deze zestonige reeks is het hoofdmotief van de mis en is door alle partijen heen te herkennen, vooral in het Kyrie. De mis steunt op de volgende uitgangspunten:
- de zestonige reeks ut-re-mi-fa-sol-la, zowel melodisch als harmonisch bepalend
- het concerterend element: dialogiserende instrumentale en vocale groepen
- homofone ritmische klankblokken naar voorbeeld van de meerkorige Venetiaanse stijl
- renaissancistische polyfonie.
Het is welhaast onvoorstelbaar maar de mis is voor liturgisch gebruik in 1702 geschreven voor de kathedraal in Barcelona. Het is een groots opgezet werk voor vier koren waarvan één voor instrumenten, waarin vooral de trompetten een prominente rol spelen, met daarnaast drie vocale koren: koor 1 solistenkoor SAT; koor 2 SSAT; koor 3 SATB. De uitgebreidheid van het aantal koren en de verschillende samenstellingen ervan wordt door Valls op een gevarieerde manier ingezet maar opvallend is toch vooral de enorme klankweelde die het spel van de verschillende groepen samen oplevert.

 

UbiCaritas ConcertWaterlandskamerkoor

Ons Passie-programma kende drie smaken: gregoriaanse eenvoud, franse lichtheid en duitse doorwrochtheid.
Om maar met de laatste beginnen, want die is in het programma ook het meest substantieel: toch baseerde de Duitser Joseph Rheinberger (1839-1901) zijn dubbelkorige Cantus Missae in Es opus 109 - ofwel de dubbelkorige mis-, op eenvoudige principes van de meerstemmigheid die in de Renaissance al opgeld deden; zelfs de dubbelkorigheid stamt uit die tijd.
Rheinberger is in de eerste plaats bekend vanwege zijn orgelwerken, maar zijn oeuvre is zeer breed en omvat ook orkestwerken, vier opera's, pianomuziek, kamermuziek en vocale muziek in al zijn verschijningsvormen. Rheinberger, geboren in Liechtenstein, werkte het grootste deel van zijn leven in München en werd daar al pianoleraar aan het conservatorium toen hij 20 jaar was – en compositieleraar een jaar later. Op den duur reisden musici uit de hele wereld af naar München om les bij hem te nemen. Rheinberger werd vele malen onderscheiden en geëerd, onder andere met een eredoctoraat van de universiteit van München. In 1877 werd Rheinberger benoemd tot hofkapelmeester van de Allerheiligen-Hofkirche. De eerste tijd voerde hij in die functie alleen werken van anderen uit; de Renaissance componist Palestrina nam daarbij een belangrijke plaats in. Rheinberger schreef de 8-stemmige dubbelkorige mis in maar liefst vijf dagen, tussen 13 en 18 januari 1878 en op nieuwjaarsdag 1879 klonk de mis voor het eerst. Dat dit stuk een succes was, bewijst het feit dat het op eerste paasdag 1879 en 1880 nogmaals klonk. Omdat Rheinberger in het blad "Algemeinen Cäcilienverein" nogal flink aangevallen was besloot hij de mis op te dragen aan paus Leo XIII wat hem een ridderlijke Gregoriusonderscheiding opleverde! De mis laat onmiskenbaar horen dat Rheinberger een groot vakman was. Prachtige harmonieën, heldere lijnen en heel doorzichtige stemvoeringen. Aan niets is te merken dat hij de mis in een zo korte tijd geschreven heeft.
Van Francis Poulenc (1899-1963), een componist die de vleesgeworden tegenstelling kan worden genoemd zijn de Quatre Motets pour un Temps de Pénitence. Claude Rostand, een vooraanstaand musicoloog, zei ooit: ‘In Poulenc wonen twee zielen: die van een monnik en die van een kwajongen’. Wellicht zijn deze twee zielen de vereniging van die van zijn ouders: Poulencs vader was zeer religieus; zijn moeder kwam uit een Parijse artiestenfamilie. Poulencs kwajongenskant was in ieder geval van invloed op de vrienden die hij had in zijn Parijse leven: hij was lid van Groupe des Six, de groep die de ‘losbandige moderne muziek’ produceerde. Zijn monnikenziel, hoewel vanaf het begin van zijn leven aanwezig, her-ontwaakte in de jaren ’30 na het overlijden van een aantal van zijn vrienden. Een bezoek aan het Mariabeeld in Rocamadour betekende een kantelpunt in zijn leven; nadien schreef hij meerdere religieus georiënteerde composities. Poulenc schreef zijn vier passie motetten in 1938/1939 (het laatste motet uit de reeks, Tristis est anima mea zingen we vandaag niet; daarvoor in de plaats het Salve regina, één van de losse motetten die Poulenc in 1941 componeerde). Een sombere dreiging gaat uit van de Quatre Motets pour un Temps de Pénitence, die Francis Poulenc; drie van de vier teksten zijn responsoria uit de donkere metten, het eerste motet gebruikt een tekst die een compilatie is van verzen uit psalm 54 en 30 en die eveneens thuishoort in getijdengebeden van de Goede Week. Poulenc benadert de teksten bijna literair en legt de nadruk op de gevoelens die de teksten oproepen.
Maurice Duruflé (1902-1986) was een tijdgenoot van Poulenc. Duruflé volgde lessen aan het conservatorium in Parijs, in onder andere de vakken piano, orgel en compositie en werd daar later docent harmonieleer. Als componist was Duruflé een perfectionist: hij publiceerde slechts dertien werken – die hij na publicatie nog steeds niet goed genoeg vond, bleef wijzigen en verder perfectioneren. Het Ubi caritas uit de Quatre Motets sur des Thèmes Grégoriens (1960) is één van zijn werken voor koor a capella. Ieder van de vier delen is gebaseerd op een Gregoriaans gezang. In Ubi Caritas wordt in serene klanken het wassen van de voeten bij het Laatste Avondmaal bezongen. OOk het Notre père is van een verstilde en bijna volkse eenvoud en het is dan ook geen wonder dat de religieuze muziek van Duruflé de toets van kritiek van de katholieke prelaten kon doorstaan. Die waren gespitst op eenvoudige en functionele kerkmuziek en wisten alles wat daar niet onder te scharen viel (zoals de motetten van Poulenc) uit de kerkdienst te weren.
Ook de Noor Olja Gjeilo maakt gebruik van het gregoriaans als bron. Ola Gjeilo (1978) begon al met piano spelen en het componeren van muziekstukken toen hij nauwelijks 5 jaar oud was. Steeds vertrouwend op zijn aangeboren en vanzelfsprekende manier om muziek te horen, leerde hij uiteindelijk op 7 jarige leeftijd muziek ook daadwerkelijk te lezen. Al van jongs af aan wist Ola dat hij componist wilde worden. Vervolgens bleek tijdens de middelbare school Ola's talent voor piano en hij nam compositielessen bij Wolfgang Plagge, een Noorse pianist/componist van Nederlandse ouders. Vervolgens studeerde Gjeilo achtereenvolgens aan de Norwegian Academy of Music, aan Juilliard School en aan het Royal College of Music in London waar hij zijn bachelor compositie behaalde. Hij zette zijn studie voort aan het Juilliard waar hij in 2006 zijn master behaalde. Tegenwoordig is Gjeilo gevestigd in New York. Over Ubi caritas zegt de componst zelf: "Ubi caritas is één van mijn meest populaire en uitgevoerde stukken sinds ik het in 2001 componeerde. Net als de Duruflé zetting uit 1960, is ook deze compositie geïnspireerd op het gregoriaans; maar hoewel het de reflectieve sfeer uitademt van het gregoriaans, is de compositie origineel en niet gebaseerd op welke bestaande compositie dan ook.". In het werk Northern lights maakt Gjeilo gebruik van teksten uit het Hooglied: Pulchra es, amica mea. Hij zegt daarover het volgende: "Uitkijkend vanuit mijn zolderkamer tijdens een kerstmis 2007 in Oslo over een winters meer onder de sterrenhemel, dacht ik hoe deze 'vreselijke' schoonheid zich zo intens manifesteert in het noorderlicht. Dat licht heb ik, geboren in het zuiden van Noorwegen, overigens maar een keer in mijn leven gezien; het is één van de meest prachtige natuurverschijnselen die ik ooit heb meegemaakt, en het heeft zo'n krachtige, elektrificerende kwaliteit dat het voor mensen in het verleden zowel een hypnotiserende als angstaanjagende effect moet hebben gehad; toen niemand nog wist wat het precies was en veel bijgeloof ontstond door dit soort verschijnselen."

Merel Naomi zette de harp als solo-instrument op de kaart. Aan het Conservatorium van Amsterdam studeerde ze bij Alexander Bonnet. Haar master studie voltooide zij aan de Messiaen Academie bij Manja Smits.
Het afgelopen jaar was ze onder andere te horen in de Beurs van Berlage en de Engelse kerk op het Begijnhof in Amsterdam, in het Catherijneconvent in Utrecht, in Bad Bentheim (Duitsland), De Leidse Hofjesconcerten en live op Radio Noordholland.
Ze verrast haar publiek met contrastrijke concerten, eigentijdse benadering en originele programmatoelichtingen. Met haar verfrissende solo recitals neemt zij haar luisteraars naar de wereld van de harp. Doordat ze voor harp stukken bewerkt is het mogelijk om verschillende stijlen muziek te laten horen. Ze speelt regelmatig in een duo met saxofoniste Floor Wittink, hoornist Hylke Rozema en met zangeres Tenar van Kooten NIekerk. Samenwerkingen deed zij het afgelopen jaar met het Nederlands Kodaly koor en het Leids Kamerkoor.

wkklogo small